06 448 32 893 sasja@sasjanicolai.nl

Het echtpaar d’Ansembourg van Harinxma thoe Slooten beheert een laagveenplas en een heidegebied in het stroomdal van het Koningsdiep. Beide gebieden hebben door het zorgvuldige beheer een opvallend rijke vegetatie. Freddy d’Ansembourg: “Ons uitgangspunt is dat de mens de vijand is van de natuur. De mens werkt verstorend. Het hele jaar door, dus ook buiten het broedseizoen.”

Freddy d’Ansembourg: “De heide dient als broedgebied voor vogels, wij hebben er een aardige adderpopulatie, met ringslangen en levendbarende hagedissen. Zij hebben allemaal de pest aan mensen en wij dus ook. Het is zo’n mooi gebied, wij hebben daarom alle reden om er niet te veel mensen in te laten. De Boornbergumerpetten beschermen zichzelf, rondom liggen ondoordringbaar elzenbroekbos en moeras. Een paradijs van rust, waarvan de vogels enthousiast profiteren. De Lippenhuisterheide valt onder de Natuurschoonwet, waarvoor openstelling van een deel van het terrein verplicht is. De rest is gesloten om natuurwetenschappelijke redenen. Mensen die hier in de buurt willen wandelen, kunnen terecht in de bossen. Die zijn helemaal opengesteld voor publiek.” 

Hart voor de natuur

Met de aankoop van de Boornbergumerpetten toonde een oudoom van mevrouw van Harinxma thoe Slooten in de jaren twintig al dat hij hart had voor de natuur. Zijn nazaten traden in zijn voetspoor. Al die goede zorgen leidden tot enkele natuurgebieden van een uitzonderlijke kwaliteit. Maar de natuur betoont zich helaas niet altijd dankbaar.  

Veel van de adellijke villa’s uit vroeger eeuwen hebben tegenwoordig de functie van museum of kantoorruimte. Slechts enkele worden nog bewoond. De Harinxmastate in het Friese Beetsterzwaag is er daar een van. Rond 1830 is het door huwelijken met de oude Friese familie Boelens verkregen. Terwijl we thee drinken in de klassieke, hoge hal kijken de voorouders vanaf donkere olieverfportretten streng toe of hun geschiedenis wel juist wordt verhaald.  

Aan de huidige bewoners, het echtpaar d’Ansembourg-Van Harinxma thoe Slooten, is dat zonder meer toevertrouwd. Ze hebben altijd in Brussel gewoond, waar baron Freddy d’Ansembourg bij de EU werkte, en zijn ruim tien jaar geleden teruggekeerd naar dit huis. Maar hun vrije tijd brachten ze ook in hun Brusselse tijd hier veelvuldig door en ze kennen het familiebezit van haver tot gort.  

Het Koningsdiep deelt dit eigendom in tweeën. Ten noorden ligt de Erve MPD met daarin de state. Aan de andere kant van het riviertje liggen twee belangrijke natuurgebieden, de veenplas Boornbergumerpetten en de Lippenhuisterheide, met circa 125 hectare een van de grootste heidegebieden van Friesland. Beide zijn eigendom van het familiebedrijf de Massaliteit Baronnen Van Harinxma thoe Slooten, dat mevrouw Van Harinxma samen met een neef bestiert. Het echtpaar pacht daarnaast samen een biologisch vleesbedrijf met Limousin-runderen. Toen een van de pachters er mee ophield, nam het echtpaar deze boerderij, waar geen melkquotum meer op zat, zelf in bedrijf. D’Ansembourg werd zo van Europees ambtenaar boer.  

De bedrijfsvoering combineert hij met het beheer van de Lippenhuisterheide. Vijftig hectare heide wordt beweid, telt mee voor het mestquotum, is kortom ingepast in de moderne regelgeving. De rest van de hei wordt geplagd en gemaaid en binnenkort graast er een heuse schaapskudde. Deze krijgt als taak de heide op tijd kort te houden en vooral de grassen op te eten. De hoedster past een bepaalde nieuwe vorm van begrazing toe, die wordt bepaald door de snelheid waarmee zij loopt. “De bedoeling is dat de schapen begrijpen dat ze in het voorjaar de jonge opslag mogen opeten maar de kleine heideplantjes moeten laten staan”, lacht het echtpaar dat zich duidelijk nog niet kan voorstellen dat dit mogelijk is. 

D’Ansembourg en zijn vrouw werken hard, samen met één bosarbeider in vaste dienst. Een muskusrattenvanger die één van de huizen op het landgoed bewoont verleent in ruil daarvoor hand- en spandiensten. Een buschauffeur is parttime opzichter van de Boornbergumerpetten. En dan is er nog een buurman die helpt met het voeren van de beesten en daarvoor in ruil wat grond mag beweiden. Mensen van de Bosgroep Noordoost Nederland, een coöperatieve Vereniging van boseigenaren, verzorgen de kap en de verkoop van hout. Ook planten zij grotere stukken bos in, met jonge boompjes uit de eigen kwekerij van de Massaliteit. 

“De Massaliteit draait al twintig jaar positief, met als belangrijkste inkomstenbronnen de pacht, de houtverkopen en subsidies. Daarnaast proberen wij de kosten zo laag mogelijk te houden”, legt d’Ansembourg uit. Het bedrijf is sinds kort ondergebracht in een landgoed BV die het eigendom voor versnippering moet behoeden. Als een van de kinderen zijn aandelen in de toekomst zou willen verkopen, dan moet hij ze eerst aan de andere aandeelhouders aanbieden. Zodoende blijft het een economische maar ook een juridische eenheid. 

Ideaal dagverblijf 

Toen oudoom Van Harinxma in de jaren twintig 75 hectare veen kocht, de huidige Boornbergumerpetten, was dat om dit gebied voor verandering te behoeden. D’Ansembourg: “Hij zag toen al in hoe jammer het zou zijn als de natuurwaarde van dit gebied zou verdwijnen.” Een beetje eigenbelang speelde ook mee, de man was een fervent jager. De Boornbergumerpetten is nu de enige overgebleven veenplas tussen uitgestrekte weilanden. De veengebieden in deze streek in het noorden van Friesland zijn in de jaren twintig in het kader van de werkverschaffing ‘aangemaakt’. Dat betekent dat ze werden bemaald, zodat er een veenpolder ontstond, geschikt voor agrarisch gebruik. Voor het beheer woonde in die tijd een man op een woonboot in het gebied, die palingen ving en riet sneed. “Het zware werken werd gecompenseerd met volop Beerenburg, verse vis en af en toe een eendenboutje”, verhaalt D’Ansembourg.  

De plas was een ideaal dagverblijf voor eenden. Ze vraten zich in de noordoostpolder vol graan en kwamen dan hier uitrusten. Roerdomp, zwarte stern, purperreiger, wielewaal, koekoek, baardmannetje en karekiet hielden hen gezelschap, maar ook libellen en vlinders hadden hier een paradijs tot hun beschikking.  

“Maar het bijzondere van dit gebied is meteen het verhaal van zijn mislukking”, zegt D’Ansembourg. “Dat is de les die we moeten trekken. We denken dat wij het goed doen, maar de natuur denkt daar anders over.” 

Begin jaren zeventig werd door de ruilverkaveling het waterpeil met 30 centimeter verlaagd. De bermsloot kwam droog te staan. D’Ansembourg: “Voor een gebied als dit, is dat fnuikend. Het veroorzaakt een razendsnelle verlanding.” De eigenaren deden er alles aan om dat voor te zijn. Er was voldoende water in de buurt, maar dat was het fosfatenrijke water van de boerderijen. Daarom werd een andere oplossing bedacht. Een aantal werklozen groef in het kader van een speciaal project sloten door het rietveld aan de zuidkant van de plas. Dit vloeiveld was een prachtige manier om het water te filteren. Het resultaat was dat het water van de Boornbergumerpetten na een paar jaar werd uitgeroepen tot het schoonste oppervlaktewater van Friesland. Tot zover de successtory. Want helaas bleek het water te schoon te zijn geworden voor de eenden. De krakeend, de smient, de watersnip, ze verdwenen stuk voor stuk. In plaats daarvan kwamen er zwanen, die bekend staan om hun onverdraagzaamheid en verder wat aalscholvers, nijlganzen en muskusratten.  

Giftige kruiden 

Over het grasland tussen de heide en het Koningsdiep heeft d’Ansembourg eenzelfde verhaal in petto. Twintig hectare hiervan wordt al jaren niet meer bemest met het doel dit te laten verschralen. In het kader van Programmabeheer werden afspraken gemaakt. Het gemaaide gras wordt hooi of grasbrokken, beide bijzonder in trek bij de paarden van de manege in de buurt. Ook de dertig pony’s die de heide begrazen, maar die omdat daar in de winter niet genoeg te eten is, tussen oktober en april van het gras genoten. D’Ansembourg: “Dat verschralen is goed voor de natuur, maar de natuur beloonde ons voor onze goede werken anders dan verwacht.” Nadat de gasleiding die door het gebied loopt was opgegraven, kwam op de vers omgewoelde grond paardenstaart op, een giftig kruid. Dit plantje kreeg uiteindelijk tien hectare in zijn greep. “Er is niets tegen te doen”, zegt de eigenaar met spijt. “We durfden het gras niet meer te verkopen. Ons eigen vee lust het niet. Twee jaar geleden verscheen als klap op de vuurpijl het eveneens giftige waterkruiskruid. Beide kruiden zijn liefhebbers van een natte, schrale grond. Maar het resultaat is dat het gras niet meer als voer kan dienen. Een strop voor de beheerders.  

En nog was dit verhaal niet ten einde. De heide wordt doorsneden door watergangen, die functioneren als waterlossen voor het land ten zuiden ervan. Door verlaging van het grondwaterpeil en de stikstof uit de lucht trad ernstige vergrassing op. In overleg met het Waterschap werd daarom een plan gemaakt om het waterpeil te verhogen. Dat lukte maar had een even ongewenst als onverwacht neveneffect: de adderpopulatie verdween. D’Ansembourg: “We hadden tevoren geïnformeerd of ze last zouden hebben van het water. Het antwoord was ontkennend. Maar wat bleek? Niet de adders, maar de muizen die het voer van de adder vormen, kunnen niet tegen het water en trekken weg. Ook hier werden we dus weer geconfronteerd met eigenzinnigheid van de natuur. Wij denken als mensen dat we weten wat het beste is. Maar uiteindelijk gaat de natuur haar eigen gang.” 

Dit interview verscheen in het boek ‘Natuur in goede handen’, particulier en agrarisch natuurbeheer in Nederland. Dit boek is alleen nog tweedehands te koop.